Terug naar hoofdinhoud

Hoge Raad: Sportschoolhouder moet OZB betalen ondanks coronasluiting

Gepubliceerd op: vrijdag 01 november 2024

Op 18 oktober 2024 heeft de Hoge Raad beslist dat een sportschoolhouder, ondanks een tijdelijke sluiting in 2021 door coronamaatregelen, onroerendezaakbelasting (OZB) voor gebruikers moet betalen. Dit arrest onderstreept dat het gebruik van een onroerende zaak in de zin van de Gemeentewet niet alleen directe exploitatie omvat, maar ook het duurzame ter beschikking stellen voor toekomstig gebruik.  

In deze zaak had de eigenaar van een sportschool in Den Haag bezwaar gemaakt tegen de OZB-aanslag, omdat de sportschool tussen december 2020 en mei 2021 gesloten was door overheidsmaatregelen. De belastingplichtige stelde dat hij daardoor geen gebruik kon maken van het pand en betwistte de OZB-heffing.

Het Hof oordeelde echter dat de eigenaar op de peildatum (1 januari 2021) nog steeds als "gebruiker" van de onroerende zaak werd beschouwd. Hij hield het pand beschikbaar voor toekomstig gebruik, voerde minimale onderhoudswerkzaamheden uit en bleef het pand inrichten als sportschool. Dit werd door het Hof gezien als duurzaam gebruik, waardoor de belastingplicht bleef bestaan.

De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof en verduidelijkte dat "gebruik" ook een tijdelijke onderbreking door een wettelijk verbod kan omvatten, zolang er een intentie is om de exploitatie te hervatten. De situatie op de peildatum, in samenhang met het duurzaam ter beschikking stellen van de zaak, is bepalend voor de OZB-plicht. Dit arrest is ook van toepassing op soortgelijke zaken met tijdelijke sluitingen, zoals bij een bioscoop, waarbij eveneens sprake was van duurzame beschikbaarheid.

Met deze uitspraak verduidelijkt de Hoge Raad dat een tijdelijk gebruiksverbod niet automatisch de belastingverplichting voor onroerende zaken opheft, zolang de eigenaar de intentie behoudt om de zaak weer in gebruik te nemen.